Tuesday, January 26, 2010

Dansende en razende massa-hysterie en losbandigheid anno 1374

Naast het aanschouwen en reconstrueren van kleding en kunst- of gebruiksvoorwerpen uit de late middeleeuwen is het ook leuk je te verdiepen in de samenleving van die tijd en er proberen achter te komen wat er zich zoal afspeelde in het leven van de mensen die je poogt te doen herleven. Aan de ene kant natuurlijk de dagelijkse sleur, maar aan de andere kant ook speciale gebeurtenissen die opzien baarden. Dergelijke speciale dingen werden vaak door kroniekschrijvers opgeschreven. De eind 14e eeuw in Limburg an der Lahn levende Tilemann Elhen von Wolfhagen schreef in zijn Limburger Chronik het volgende over het jaar 1374.

Next to looking at and reconstructing late medieval clothing and utensils and objects of art, it is also fun to find out what society was like back then and what things were happening in the lives of the people you try to portray. On the one hand of course common daily life, but on the other also special events that were talked about by everybody. Such special events were often written down by chroniclers. Tilemann Elhen von Wolfhagen, who lived in late 14th century Limburg an der Lahn, wrote the following about the year 1374.


"Item da man schreip druzenhondert jar unde in dem vir unde sibenzigesten jare zu mittesomer da irhup sich ein wunderlich gedinge uf ertrich unde sunderlichen in Duschem lande uf dem Rine unde uf der Moseln, also daz lude huben an zu danzen unde zu rasen, unde stunden i zwei gen ein unde danzeten uf einer stat einen halben dag, unde in dem danzen so filen si etwan dicke nider uf di erden unde lisen sich mit fusen treten uf iren lip; da von namen si sich an, daz si genesen weren. Unde lifen von einer stat unde von einer kirchen zu der andern unde huben gelt von den luden, wo in daz sin mochte. Unde wart di dinge also vil, daz man zu Colne in der stat me dan funfhondert denzer fant. Unde fant man, daz es duisserie was unde ketzerie, unde geschach umb geldes willen, daz ir endeiles frauwen unde manne in unkeischeit mochten leben unde di vollen zu bringen. Unde fant man, daz zu Collen me dan hondert frauwen unde dinstmeide, di nit eliche manne enhatten, die worden in der danzerie alle kinde tragen. Unde wanne daz si danzeten, so bonden unde knebelten si sich umb den lip hart zu, daz si deste geringer weren. Heruf sprechent endeiles meister, sunderlichen di guden arzide, daz endeiles worden danzen, die von heisser naturen waren, unde von anderen gebrechlichen sachen. Danne der was wenig, den daz geschach. Di meister von der heiligen schrift di besworen der denzer endeiles, di meinten, daz si besessen weren von den bosen vigende. Also nam ez ein betrogen ende. Unde werte wol seszen wochen in disen landen oder in der masse. Auch namen di vurgenanten denzer, so manne so frauwen, sich ane, daz si kein rot gewant mochten gesehen. Unde was ez allez duisserie unde ist ez vurbotschaft gewest. Endecristes nach mime bedunken."


Mijn vertaling:
'Toen men schreef dertienhonderd jaar en in het vier en zeventigste jaar te midzomer, gebeurde er een wonderlijk ding op aarde en in het bijzonder in Duitse landen bij de Rijn en de Maas. Namelijk dat de lieden aanvingen te dansen en te razen, terwijl ze tegenover elkaar stonden, en ze dansten een halve dag in een stad, en tijdens het dansen vielen zij dikwijls neer op de aarde en lieten zich met voeten betreden op hun lijf; daarvan namen zij aan, dat zij daarmee genezen waren. En ze liepen van de ene stad en de ene kerk naar de andere en heften geld van de lieden, waar zij ook waren. En die dingen gebeurden zo omvangrijk, dat men te Keulen in de stad meer dan 500 dansers vond. En men vond dat het duivels en ketterij was, en het gebeurde ook wel omwille van geld dat een deel van de vrouwen en mannen in onkuisheid leefden en dat ze wellust brachten. En men bevond, dat er te Keulen meer dan 100 vrouwen en dienstmeiden waren, die geen eerlijke mannen hadden (niet getrouwd?), en in de danserij allemaal zwanger werden. En wanneer zij dansten, dan bonden zij en knevelden zij zich om hun lijf strak toe, zo dat zij slanker werden. Hierop zeiden veel mensen, in het bijzonder de goede artsen, dat een deel van de dansers van erg hete natuur was en van andere gebrekkige natuurlijke zaken. Er was weinig, of het gebeurde (alle remmen los?). De meesters van het heilige schrift bezworen een deel van de dansers want ze meenden dat ze bezeten waren van de boze geest. Aldus kwam het ten einde. Het duurde wel zestien weken in deze landen of daaromtrent. Ook namen de vernoemde dansers, zowel mannen als vrouwen, aan, dat ze geen rode stof dulden te zien. Dit was allemaal duivels en is verboden geweest. Antichristelijk, naar mijn bedenkingen...'

My translation:
'In the year 1374 happened a wonderful thing on earth and especially in the German lands on the Rhine and Meuse. People started to dance and rage, while standing opposite each other they danced in a town for half a day, and while dancing fell often to the ground and let their bodies be tread on by feet, of which they assumed that it would heal them. And they walked from one town and one church to another and raised money from people wherever they were. And this happened so much that in Cologne there were more than 500 dancers. And it was thought diabolical and herecy and happened for money too, that a part of the women and men lived unchastely and brought lust. And so in Cologne over a hundred women and maidservants, who did not have honoust men (not married?) came to be with child in this dancing. And when they danced, they bounded their bodies tight, so they became slimmer. Some masters, especially the physicians, said of this that some of them danced because their nature was hot and because of other defective matters. Nothing much was shunned in the dancing. The masters of the holy scripture put a spell on part of the dancers because they thought they were posessed by the evil spirit. And so it ended after having lasted some 16 weeks or thereabouts in these lands. Also the named dancers, both men and women, said they could not endure to see red cloth. And all this was diabolic and has been forbidden. It was antichristian if you ask me...'



Volgens geschreven bronnen starte deze massa-hysterie in Aken en verspreidde zich onder andere naar Maastricht, Metz, Herstal, Luik, Tongeren, Keulen, Gent, Gulik, Brabant en Gelre. Het is niet onmogelijk dat een dergelijke dansende en onkuise uitspatting in de zomer van 1374 de druppel is geweest voor Deventernaar Geert Grote om in datzelfde najaar zijn leven te veranderen en een religieuze op soberheid ingestelde internationale beweging te beginnen die later de Moderne Devotie zou gaan heten.

According to written sources this mass-hysteria started in Aachen and spread amongst others to Maastricht, Metz, Herstal, Liege, Tongeren, Köln, Gent, Jülich, Brabant and Guelders. It is not impossible to think that such a dancing and unchaste outburst in the summer of 1374 might have been the last push for Deventer citizen Geert Grote to change his life in that autumn and start a religious international movement focused on modesty and which would later become known as the Devotio Moderna.

Tuesday, December 29, 2009

Katharina van Kleef

Katharina van Kleef leefde van 1417 tot 1476 en was getrouwd met de hertog van Gelre. Rond ca. 1440 is er voor haar een getijdenboek vervaardigd, verlucht met tal van schitterende miniaturen. Dit manuscript wordt nu eenmalig blad voor blad tentoongesteld in het Valkhofmuseum te Nijmegen.
Alhoewel Katharina's boek meer dan een halve eeuw na het door Deventer Burgerscap geportretteerde jaar van 1370 werd gemaakt, waren de afbeeldingen van onder andere dagelijks taferelen reden genoeg voor de groep om vandaag naar Nijmegen af te reizen en ze zelf te aanschouwen.

Catherine of Cleves lived from 1417 to 1476 and was married to the duke of Guelders. A book of hours was made for her c. 1440. It is illuminated with fabulous miniatures and is currently, page by page, exhibited in the Valkhofmuseum in Nijmegen.
Deventer Burgerscap portrays 1370 so more than half a century earlier than Catharine's book of hours. But the pictures presenting amongst other scenes from daily life were enough reason for us to travel to Nijmegen today to see them with our own eyes.




Helaas was het door de kerstvakantie zeer druk. Bij het museum binnenkomen stond je in een lange rij, bij het afgeven van je jas in de garderobe stond je in een rij, bij het bezichtigen van alle tentoongestelde miniaturen stond je in een lange lange lange rij, bij het kopen van een boek in de museumwinkel stond je in een lange rij, bij het een kop koffie kopen in het museumcafe stond je in een rij en bij het ophalen van je jas in de garderobe bevond je je wéér in de rij.
Dit zorgde natuurlijk voor veel irritaties bij mensen en ook dat je wegens de meute die zich om een miniatuur heen had gevormd deze soms gewoonweg wel moest overslaan.

Because of the christmass holidays it was (too) crowded in the museum. There was a queue for everything; the entrance, the wardrobe, almost every miniature, the bookshop, the museumcanteen, and then the wardrobe again. Of course this caused quite some irritations with people and also made you pass by the really overcrowded miniatures without seeing them.



Al met al vond ik de tentoonstelling erg eenzijdig. De miniaturen waren erg mooi, maar er waren er gewoon te veel van. Niet alleen het getijdenboek stond opgesteld, maar ook nog tal van andere manuscripten lagen er opengeklapt ter inzage. Samen namen zij zo'n 3/4 van de beschikbare zalen in beslag. In het overige deel lagen een paar archeologische vondsten en stonden er een aantal replica kostuums van uiteenlopende kwaliteit opgesteld. Ik had graag meer archeologische vondsten en overige kunstvoorwerpen gezien en minder miniaturen en kostuums.

All in all I found the exhibition too focussed on miniatures. They looked beautiful but there were relatively too much of them. Not just the book of hours was presented but also a load of other manuscripts were exhibited. Together they took up some 3/4 of the available rooms. In the remaining space some archaeological finds and replica costumes, of varying quality, were on display. I would have loved to see more archeaological finds and other art objects and less miniatures and costumes.

Saturday, December 19, 2009

Eetmes en schede

Sinds ik jaren terug begon met 14e eeuwse levende geschiedenis heeft het me altijd ontbroken aan een goed en degelijk 14e eeuws eetmes. Dat probleem is nu opgelost, ik heb het voor mijn verjaardag gekregen!

For years I have missed having a proper 14th c. eating knife. This problem has now been solved, I got it for my birthday!



Onze Nijso heeft door onze goede Zweedse vriend Simon Lundquist van Albrechts Bössor een aantal mesbladen laten smeden naar voorbeeld van een aantal gelijkaardige Nederlandse archeologische vondsten van 14e eeuwse messen. Deze messen zijn van het type plaatangel, dat wil zeggen dat het heft bestaat uit twee beslagplaten die op de platte uit het blad uitlopende angel geklonken zijn. Dit was een nog vrij nieuw fenomeen in de 14e eeuwse Lage Landen want voorheen hadden de messen een smalle angel welke in het midden van het heft was gedreven.
De aangehaalde vondsten, uit Amsterdam (1300-1350), Leiden en Kampen (waarschijnlijk 1375-1425), die als basis dienden voor de replica bladen, hebben naast hun plaatangel nog meer gemeen. Namelijk dat zij zijn voorzien van een achthoekig stalen 'nekje' tussen blad en beslagplaten en tevens een stalen plaatje tegen het uiteinde van het mes dat met een krulletje omhoog danwel omlaag wipt.




Our Nijso had our good Swedish friend Simon Lundquist from Albrechts Bössor forge him a few knife blades after the examples of some very alike Dutch archaeological finds of 14th c. knives. These knives are of the scale-tang type which means that the handle consists of scales riveted to the tang. This was a new phenomenon in the 14th c. Low Countries as before that there had only been the wittle-tang where the tang was driven into a handle.
The said finds, from Amsterdam (1300-1350), Leiden and Kampen (probably 1375-1425), which served as the basis for the replica blades, also have something else in common. They all three have a octagonal steel 'neck' between blade and scales and a steel endplate which either curls upwards or downwards.




Nijso heeft mijn mes voorzien van wortelhouten beslagplaatjes, net als de Amsterdamse vondst in de foto. Ook heeft hij een schede voor het mes gemaakt naar een vondst (1350-1375) uit Amersfoort.
Vandaag heb ik het mes ingewijd door er worst en kaas mee te snijden voor mijn ontbijt, dit te nuttigen bij het warme haardvuur en mij daarna op platijnen door de sneeuw naar de platemaker werkplaats te spoeden om daar aan nieuw (onder)beenharnasch te beginnen.
Alhoewel barkoud, was het een mooie dag! Dank Nijso en Simon!

Nijso has completed the knife by adding the burlwood scales, as the Amsterdam find in the photo. Also he made a scabbard for the knife after a find (1350-1375) from Amersfoort.
Today I took the knife into use by cutting sausage and cheese with it, eating this as my breakfast next to the warm hearthfire and then hurry on pattens through the snow to the platemaker workshop to start on new greaves.
Though freezing cold, I liked my day! Thanks Nijso and Simon!


Monday, November 23, 2009

Riem

Iemand die een rijk laat-middeleeuws persona uit wil beelden, zij het een edelman, ridder of vermogend koopman, kan er niet omheen om ook naast de modieuze kleding ook de nodige accesoires aan te schaffen. Een van de belangrijkste, zoniet hét belangrijkste, accesoire was anno 1370 de riem. In een groot deel van de kunstwerken van rond die tijd worden de rijkelui afgebeeld met een brede met decoratieve edelmetalen plakken beslagen riem die laag op de heupen wordt gedragen. Het is een fashion-statement die nog lang in zwang zou blijven. Zelfs zo laat als ca. 1440-50 zijn er afbeeldingen te vinden van deze dracht.
De decoraties op die plakken konden van alles zijn. In kunst komen veel algemene gotische architecturale en florale motieven voor, maar uit historische bronnen blijkt dat bijvoorbeeld ook de volgende voorstellingen gebruikt werden: wilde mannen, stralen, kroenen & lewinnen mit sproken.

Somebody who wants to portray a late-medieval persona, be it a nobleman, knight or wealthy merchant, can not refrain from acquiring the appropriate accessories next to the fashionable clothing. One of the important, if not thé most important, accessory of c. 1370 was the belt. A lot of artworks of that time show the upper class wearing a wide belt low on the hips, which had big decorative plaques of precious metal mounted all around. It was a fashion-statement that would stay popular for quite a while. Even as late as 1440-1450 they can still be discerned in art.
The decorations on these plaques could be anything. In art a lot of gothic architecture and floral motives are shown, but from historical texts it becomes clear that amongst others the following were also en vogue:
wild men, sunbeams, crowns and lions with verbs.

Detail, Lodewijk van Lichtervelde (+ 1375)

Al jaren had ik mijn zinnen op zo'n riem gezet, om te kunnen laten zien dat een florerende 1370 koopman (mijn Johan Crullinghe personage) er even 'bling bling' bij kon lopen als een adelijk iemand van die tijd. En nu dat ik een kleine geldsom heb geerfd van mijn grootvader, kan ik deze wens doen uitkomen.
De riem is onlangs besteld bij de Poolse goudsmid Przemyslaw Karcz (bedrijf: Bractea) en wordt geheel gebaseerd op de riem zoals afgebeeld op het grafmonument van Lodewijk van Lichtervelde (+ 1375) in het West-Vlaamse Koolskamp. In navolging van de variëteit in de decoraties in midden-laat 14e eeuwse rekeningposten heeft deze riem kleine monsterhoofdjes als versiering in de plakken riembeslag.

For years I have wanted such a belt, so I could show that a well-off 1370 merchant (my Johan Crullinghe persona) could walk the streets wearing as much 'bling bling' as your regular nobleman of that time. And now that I inherited a small amount of money from my grandfather, this wish can come true.
The belt has recently been ordered with the Polish goldsmith Przemyslaw Karcz (company: Bractea) and will be entirely based on the belt as depicted on the funerary monument of Lodewijk van Lichtervelde (+ 1375) in the West-Flemish town of Koolskamp. In accordance with the variety of decorations mentioned in mid-late 14th century wardrobe accounts this belt has little monsterheads as centerpieces in the plaques.

Monday, November 9, 2009

De Tohopesate Duitslandtrip

Op 6 november gingen Bertus en ik (een beetje laat) naar Duitsland. Bertus moest nog wat kaartjes printen, en dus vertrokken we omstreeks half 2 in plaats van half 1. Voor Dortmund waren veel files door werkzaamheden, waardoor ons geplande museumbezoek wat werd ingekort; we waren pas om 16.00 bij het Museum für Kunst und Kulturgeschichte, en konden er, nadat we onze kaartjes in onze jaszak hadden laten zitten, die we in de kluis hadden gelegd, nog een uur door het museum japanneren. Erg mooie dingen gezien, dat wel! Daarna in de stad een Wurst gegeten, en de Mayersche, een grote boekwinkel, geplunderd.


Het eindelijk gefotografeerde bord van
een voormalige landweer net over de Duitse grens

On the 6th of november Bertus and I left (a bit late) to Germany. Bertus had to print some maps, and so we left at 1.30 p.m. instead of 12.30. Before Dortmund we were held up by a lot of traffic and roadworks, so our planned museumtrip was shortened; we were at the museum for Art and Cultural history (Kunst und Kulturgeschichte) at only 4.00 p.m. We went through it like Japanese, in only one hour, and after that we ate a Wurst in the city and plundered Mayersche, a large bookstore.

Dik.


Rond 21.00 kwamen we zonder veel extra gedoe in Mühlheim aan, waar we zouden verblijven bij Taija en Ronnie Vetter, de aanvoerder van MiM. We kregen onverwacht nog een hoop eten, vooral brood, vlees en bier. Want: we waren in Duitsland. Na wat gezelligheid rond half een naar bed. De volgende ochtend uitgebreid ontbeten, en de rest van de Tohopesaters opgewacht. De twee gigantische katten van de Vetters zaten wat in het rond. Gigantisch als in dik.

Er waren ook Nederlanders bij de meeting


About 9.00 p.m. we arrived, without any further incconveniences, at Mühlheim, where we were to stay with Taija and Ronnie Vetter, the leader of MiM. Unexpectedly we had a lot of food waiting for us, mostly bread, meat and beer. Because we were in Germany.
After some pleasantries we went to bed at 12.30 a.m. The next morning we had a large breakfast as we waited for the rest of Tohopesate. The two gigantic cats of the Vetters were sitting around. And by gigantic I mean
fat.

Kronberg

In de middag gingen we, door de drukte en de regen, naar het nabijgelegen kasteel Kronberg. Daar hadden op aanraden van Bertus een bezichtiging gepland van wat 14e en 16e eeuwse graven van de heren Kronberg. Daar aangekomen was der Herr Sekretar seinen Majestät der Landgraf von Hessen toch plotseling van mening veranderd over het feit dat we gingen fotograferen. Na een nogal uitgebreide rondleiding gingen we weer naar Ronnie's, nu voor een vergadering over wat Tohopesate precies inhoudt en in zou moeten houden. Alles in het Duits, wel te volgen, maar we hadden trek. Immers: we gingen zelf pizza's maken! De kleine steenoven kon ca 5 kleine pizzatjes tegelijk aan. Mijn tweede was wat dik, werd niet zo gaar en viel niet zo goed. Na een avond fijn verder feesten, met vreugde en drank, gingen we rond half 4 slapen.

Kronberg; poorthuis

In the afternoon we went through rain and traffic to castle Kronberg. At Bertus' advice we were planning to visit some 14th and 16th c. effigies. When we arrived, the secretary of his majesty the Langraf of Hessen had changed his mind about us taking pictures. After a rather long tour we returned to Ronnie's to talk about what Tohopesate is and should be. all in German, understandable, but we were hungry. Because: we were to make our own pizza's! About five small ones fitted into the little oven. My second one was too thick, didn't bake too well and didn't go down well either. But, after a night of cheer and beer we went to bed about 3.30 a.m.

Party

De volgende ochtend werden we gewekt door kerklokken. Luide kerkklokken. We ontbeten met het nogal vreemde beleg uit een potje dat we kregen aangereikt. Het was een witte pasta met stukjes appel, maar die proefde je niet. Waar het ons het meest aan deed denken was gestold frituurvet. En waarschijnlijk, met 86 % vet, was het dat ook. Het was niet echt aan ons besteed.
Ik was nog erg moe door de korte nacht, en brak van de drank, dus mijn deelname aan het vervolg van de vergadering was niet zo actief. Ik werd beter toen we vertrokken, en ik frisse lucht opsnoof. We reisden langs de Rijn naar het noorden. In Lorch wilden we de Sankt Martin Pfarrkirche bekijken voor een graf uit 1364, maar de toevallig aanwezige vrouw die met wat anderen bezig was het orgel te bespelen, vertelde ons dat ze dicht waren voor de winter. Dat bleek ook uit het bord op het hek. Geïrriteerd staken we de rivier over per pont, onderweg extreem veel kastelen ontdekkend, op bijna elke berg wel een. Dat was ofwel enorme concurrentie, of flink handelaartjes uitknijpen. Waarschijnlijk beide.
In Oberwesel oefende het koor in de kerk die we bezochten. Tot slot parkeerden we bij schemer in het pittoreske Boppard, hadden moeite de kerk te vinden die we zochten, maar vonden die uiteindelijk. Het was vijf uur en we hadden nog een uur. In de kerk was het donker, op de kaarsen na, en we hadden grote moeite om onze camera's te laten focussen in het duister. We fotografeerden een graf uit 1393 dat achter het koorgestoelte zat (daar mochten we niet heen eigenlijk) en twee latere graven, van ca 1500. Een vrouw die kwam afsluiten vond onze interesse erg leuk. Zo beeindigden we onze excursie, en aten in Venlo om 20.00 nog een frietje.

Een van de meest imposante
kastelen in de Rijn

The next morning we were awoken by church-bells. Very loud ones. We had some very peculiar paste on our breakfast, some white goo with apple in it, which we didn't taste. It reminded us most of frying-fat, and with 86 % of fat, it might as well have been. It wasn't much to our liking.
Still tired of the short night, and feeling bad from the booze, I wasn't much active in the continuation of the Tohopesate-discussion, I only got better as we left and I smelled fresh air.
along the river Rhine we rode north. In Lorch we wanted to visit the saint-Martin Parish church, but it appeared to be closed for winter, as told by a woman who was practising the organ, and by a note on the locked fence. Irritated we headed for Oberwesel, and had to cross the river by boat, seeing many castles along the way - must have been either much rivalry or a lot of squeezing out the merchants; probaly both. In Oberwesel we walked into a practising church-choir, and saw some pretty 14th c. things. We went further to Boppard, where we arrived at dusk, couldn't find the church at first, but got there an hour before closing. It was quite dark in there, apart from some candles, and we used one to focus our cameras on the 1393 grave behind the choir, where we weren't supposed to come of course. There were also to graves of about 1500. The lady who came to lock up was very intrigued by our interest.
And so our little trip came to an end. We had some fries at Venlo about 8.00 p.m. before arriving at Arnhem at 9.30.

Konrad Kolbe, scheef/crooked

Ren & Stimpy;
een kat en een chihuahua


Laurens


--> Photos added by Bertus:




In het museum in Dortmund troffen wij een fragment aan van een stadsvaandel van Dortmund, 14e of 15e eeuws. Heel handig heeft Dortmund hetzelfde wapen als dat van Deventer, namelijk de rijksadelaar (een zwarte adelaar, op een 'gouden' achtergrond).

In the museum in Dortmund we found a fragment of a city banner of Dortmund on display, 14th or 15th c. Very convenient Dortmund has the same coat of arms as Deventer, the Empire's Eagle (a black eagle on a 'golden' background).




Dit is Ronnie die zegt / This is Ronnie saying; "We wants you for the Tohopesate!"




Het grafmonument van Konrad Kolbe (+ 1393) in de Karmeliterkerk in Boppard.

The effigy of Konrad Kolbe (+ 1393) in the Karmeliterchurch in Boppard.


Btw, thanks Ronnie for the hospitality!
I think the meeting was a great succes. I loved the Kronberg visit and the book table, as well as your pizza. And meeting new people I had hitherto only known as avatars was nice too. :)


Bertus

Wednesday, October 14, 2009

De Cameraarsrekeningen

Nog niet eerder toegelicht, maar uiterst belangrijk voor de historische inbedding van de groep Deventer Burgerscap, zijn de stadsrekeningen van Deventer. Deze rekeningen die waarschijnlijk vanaf ca. 1335 zijn opgeschreven, zijn bijna zonder hiaten vanaf 1337 tot aan eeuwen daarna aan ons overgeleverd. Zij bieden een onschatbare waarde aan informatie over het leven in de stad Deventer, bijvoorbeeld informatie over de aanwezige straten en wijken, de uitgaven voor oorlogsmateriaal, de aanleg van stadsmuren en landweren, kosten van etenswaren en drank voor het stadsbestuur, etc. etc. en natuurlijk niet te vergeten informatie over de beroepen in de stad en naamgeving van de burgers!

Most important for the group Deventer Burgerscap, but not yet told about, are the city accounts of Deventer. These accounts, which were probably written down from ca. 1335, are still and with almost no gaps extant from 1337 onwards. They offer invaluable information about the life in the city of Deventer, for example information on the streets and quarters, the war expenses, the building of city walls and defense lines, costs for food and drink of the city administration, etc. etc. and of course not to be forgotten information the professions and names of the citizens of Deventer!



De vroegste partij van deze stadsrekeningen, namelijk 1337-1393, is als eerste getranscribeerd, namelijk eind 19e en begin 20e eeuw door de toenmalige stadsarchivarissen. Zij noemden de stadsrekeningen de 'Cameraarsrekeningen', naar de toenmalige leden van het stadsbestuur, de Cameraars, die verantwoordelijk waren voor de stedelijke boekhouding. Het zijn deze publicaties die van belang zijn voor Deventer Burgerscap omdat zij informatie verschaffen over de periode van zowel voor als die van na die van de groep (1370) en zo de stad waarin wij als burgers zouden hebben geleefd een levendig gezicht geven.

The earliest batch of these city accounts, from 1337-1393, was first transcribed, namely at the end of the 19th and beginning of the 20th century by the then cityarchivists. They called the city accounts the 'Cameraarsaccounts', after the then members of the city administration, the Cameraars, who were responsible for the municipal finances. It is these publications that are important for Deventer Burgerscap because they reveal information over the periods before and after the year portrayed by the group (1370) and thus shed bright light on the city that we as citizens would have lived in.



Deze rekeningen had ik al een tijd tot mijn beschikking door ze te hebben gekopieerd in een bibliotheek ettelijke jaren geleden. Maar nu de publicaties op een veiling te koop werden aangeboden, kon ik de verleiding niet weerstaan ze ook in de fysieke zin aan te schaffen. Vanmiddag arriveerde het pak met de post, met daarin de 10 volumes!

For some time now I have had these accounts at my disposal because I copied them in a library a few years ago. But now that they became available at an auction I could not resist the temptation to also aqcuire them in a more physical sense. This afternoon the package arrived in the mail, with the 10 volumes inside!


Wednesday, September 30, 2009

100 Jahre 14. Jahrhundert

Twee weken geleden zijn Isis en ik afgereisd naar het pan-14e eeuwse evenement in de Ronneburg bij Hanau. De Ronneburg lag in tegenstelling tot onze Hollandse sompige kastelen niet temidden van een natte gracht maar op een steile heuveltop, compleet met voorburcht en duizelingwekkende dieptes als je uit een raam van de hoofdburcht omlaag keek.



Two weeks ago Isis and I travelled down to the pan-14th century event in the Ronneburg near Hanau. The stout Ronneburg lies on a steep hilltop, contrary to our boggy Dutch castles in flat country and wet moated around.



Dit weekend van 12 en 13 september had gastheer Mensch im Mittelalter er voor gezorgd dat er meer dan 80 veertiende eeuwse deelnemers samen de burcht bewoonden en tot leven brachten. Er werden verscheidene ambachten gedemonstreerd zoals textiel verven, kaarsen maken, wastafeltjes maken, schoenen maken, schilderen, etc. De soldaten van Albrechts Bössor and Carnis bewaakten het poortgebouw en verdreven hun tijd met harnas poetsen, dobbelen en armlastige kooplieden lastig vallen. Ok, en schieten met hun handkanonnetjes!



Our host, Mensch im Mittelalter, had used this weekend of 12 and 13 September to organise a wonderful event in the castle and had over 80 14th century participants inhabit it and bring it back to life. Various crafts were demonstrated such as textile dying, candle making, wax tablet making, shoe making, painting, etc. The soldiers of Albrechts Bössor and Carnis guarded the gatehouse and spent their time polishing armour, gambling and harrassing poor merchants. Alright, and shoot their blimey guns!



In een van de bovenzalen waar er textiel handwerk werd gedemonstreerd hadden ik en Isis ons geinstalleerd, zij borduren en ik kleding naaien. Ook had zij voorbeelden van gefronste hoofddoeken bij zich, welke veel aandacht kregen van de aanwezige dames en bezoekend publiek. In een van de andere bovenzalen vond op zaterdagavond het grote banket plaats. Dit smaakte uitmuntend en was geheel op laatmiddeleeuwse recepten gebaseerd. Het eten werd ter plaatse bereid in de kasteelkeuken, een ongelooflijk sfeervolle locatie met schitterende lichtbundels die door de ramen naar binnen vielen en het plafond boven het grote stenen fornuis bestond enkel uit een grote schouw boven je hoofd die in de verte in het lichtpuntje van de uitgang van de schoorsteen verdween. In deze keuken heeft de schuimspaan die ik een tijd geleden voor Isis had gemaakt dan ook zijn vuurdoop gekregen.
Al met al was het een erg gezellig weekend met veel gelijkgestemde en serieus in de 14e eeuw geinteresseerde mensen. Zeer zeker voor herhaling vatbaar!



In one of the upper halls there were demonstrations of textile handicrafts and this is where Isis and I had installed ourselves, me sewing and her embroidering. She had also brought some samples of frilled veils, these got quite some attention from the ladies and public. The banquet on Saturday evening took place in one of the other upper halls. The food tasted great and was entirely made after late medieval recipes. Diner had been prepared on the spot on the castle kitchen, a superbly athmospheric place with beautiful light beams falling in through the windows and the chimney right above your head, with the little lightspot of the sky way way up. It was in this kitchen that the skimmer that I made for Isis some time ago was properly used for the first time.
All in all it was a very nice weekend with lots of equally minded and seriously 14th century interested people. Looking forward to the next edition!