Monday, November 9, 2009

De Tohopesate Duitslandtrip

Op 6 november gingen Bertus en ik (een beetje laat) naar Duitsland. Bertus moest nog wat kaartjes printen, en dus vertrokken we omstreeks half 2 in plaats van half 1. Voor Dortmund waren veel files door werkzaamheden, waardoor ons geplande museumbezoek wat werd ingekort; we waren pas om 16.00 bij het Museum für Kunst und Kulturgeschichte, en konden er, nadat we onze kaartjes in onze jaszak hadden laten zitten, die we in de kluis hadden gelegd, nog een uur door het museum japanneren. Erg mooie dingen gezien, dat wel! Daarna in de stad een Wurst gegeten, en de Mayersche, een grote boekwinkel, geplunderd.


Het eindelijk gefotografeerde bord van
een voormalige landweer net over de Duitse grens

On the 6th of november Bertus and I left (a bit late) to Germany. Bertus had to print some maps, and so we left at 1.30 p.m. instead of 12.30. Before Dortmund we were held up by a lot of traffic and roadworks, so our planned museumtrip was shortened; we were at the museum for Art and Cultural history (Kunst und Kulturgeschichte) at only 4.00 p.m. We went through it like Japanese, in only one hour, and after that we ate a Wurst in the city and plundered Mayersche, a large bookstore.

Dik.


Rond 21.00 kwamen we zonder veel extra gedoe in Mühlheim aan, waar we zouden verblijven bij Taija en Ronnie Vetter, de aanvoerder van MiM. We kregen onverwacht nog een hoop eten, vooral brood, vlees en bier. Want: we waren in Duitsland. Na wat gezelligheid rond half een naar bed. De volgende ochtend uitgebreid ontbeten, en de rest van de Tohopesaters opgewacht. De twee gigantische katten van de Vetters zaten wat in het rond. Gigantisch als in dik.

Er waren ook Nederlanders bij de meeting


About 9.00 p.m. we arrived, without any further incconveniences, at Mühlheim, where we were to stay with Taija and Ronnie Vetter, the leader of MiM. Unexpectedly we had a lot of food waiting for us, mostly bread, meat and beer. Because we were in Germany.
After some pleasantries we went to bed at 12.30 a.m. The next morning we had a large breakfast as we waited for the rest of Tohopesate. The two gigantic cats of the Vetters were sitting around. And by gigantic I mean
fat.

Kronberg

In de middag gingen we, door de drukte en de regen, naar het nabijgelegen kasteel Kronberg. Daar hadden op aanraden van Bertus een bezichtiging gepland van wat 14e en 16e eeuwse graven van de heren Kronberg. Daar aangekomen was der Herr Sekretar seinen Majestät der Landgraf von Hessen toch plotseling van mening veranderd over het feit dat we gingen fotograferen. Na een nogal uitgebreide rondleiding gingen we weer naar Ronnie's, nu voor een vergadering over wat Tohopesate precies inhoudt en in zou moeten houden. Alles in het Duits, wel te volgen, maar we hadden trek. Immers: we gingen zelf pizza's maken! De kleine steenoven kon ca 5 kleine pizzatjes tegelijk aan. Mijn tweede was wat dik, werd niet zo gaar en viel niet zo goed. Na een avond fijn verder feesten, met vreugde en drank, gingen we rond half 4 slapen.

Kronberg; poorthuis

In the afternoon we went through rain and traffic to castle Kronberg. At Bertus' advice we were planning to visit some 14th and 16th c. effigies. When we arrived, the secretary of his majesty the Langraf of Hessen had changed his mind about us taking pictures. After a rather long tour we returned to Ronnie's to talk about what Tohopesate is and should be. all in German, understandable, but we were hungry. Because: we were to make our own pizza's! About five small ones fitted into the little oven. My second one was too thick, didn't bake too well and didn't go down well either. But, after a night of cheer and beer we went to bed about 3.30 a.m.

Party

De volgende ochtend werden we gewekt door kerklokken. Luide kerkklokken. We ontbeten met het nogal vreemde beleg uit een potje dat we kregen aangereikt. Het was een witte pasta met stukjes appel, maar die proefde je niet. Waar het ons het meest aan deed denken was gestold frituurvet. En waarschijnlijk, met 86 % vet, was het dat ook. Het was niet echt aan ons besteed.
Ik was nog erg moe door de korte nacht, en brak van de drank, dus mijn deelname aan het vervolg van de vergadering was niet zo actief. Ik werd beter toen we vertrokken, en ik frisse lucht opsnoof. We reisden langs de Rijn naar het noorden. In Lorch wilden we de Sankt Martin Pfarrkirche bekijken voor een graf uit 1364, maar de toevallig aanwezige vrouw die met wat anderen bezig was het orgel te bespelen, vertelde ons dat ze dicht waren voor de winter. Dat bleek ook uit het bord op het hek. Geïrriteerd staken we de rivier over per pont, onderweg extreem veel kastelen ontdekkend, op bijna elke berg wel een. Dat was ofwel enorme concurrentie, of flink handelaartjes uitknijpen. Waarschijnlijk beide.
In Oberwesel oefende het koor in de kerk die we bezochten. Tot slot parkeerden we bij schemer in het pittoreske Boppard, hadden moeite de kerk te vinden die we zochten, maar vonden die uiteindelijk. Het was vijf uur en we hadden nog een uur. In de kerk was het donker, op de kaarsen na, en we hadden grote moeite om onze camera's te laten focussen in het duister. We fotografeerden een graf uit 1393 dat achter het koorgestoelte zat (daar mochten we niet heen eigenlijk) en twee latere graven, van ca 1500. Een vrouw die kwam afsluiten vond onze interesse erg leuk. Zo beeindigden we onze excursie, en aten in Venlo om 20.00 nog een frietje.

Een van de meest imposante
kastelen in de Rijn

The next morning we were awoken by church-bells. Very loud ones. We had some very peculiar paste on our breakfast, some white goo with apple in it, which we didn't taste. It reminded us most of frying-fat, and with 86 % of fat, it might as well have been. It wasn't much to our liking.
Still tired of the short night, and feeling bad from the booze, I wasn't much active in the continuation of the Tohopesate-discussion, I only got better as we left and I smelled fresh air.
along the river Rhine we rode north. In Lorch we wanted to visit the saint-Martin Parish church, but it appeared to be closed for winter, as told by a woman who was practising the organ, and by a note on the locked fence. Irritated we headed for Oberwesel, and had to cross the river by boat, seeing many castles along the way - must have been either much rivalry or a lot of squeezing out the merchants; probaly both. In Oberwesel we walked into a practising church-choir, and saw some pretty 14th c. things. We went further to Boppard, where we arrived at dusk, couldn't find the church at first, but got there an hour before closing. It was quite dark in there, apart from some candles, and we used one to focus our cameras on the 1393 grave behind the choir, where we weren't supposed to come of course. There were also to graves of about 1500. The lady who came to lock up was very intrigued by our interest.
And so our little trip came to an end. We had some fries at Venlo about 8.00 p.m. before arriving at Arnhem at 9.30.

Konrad Kolbe, scheef/crooked

Ren & Stimpy;
een kat en een chihuahua


Laurens


--> Photos added by Bertus:




In het museum in Dortmund troffen wij een fragment aan van een stadsvaandel van Dortmund, 14e of 15e eeuws. Heel handig heeft Dortmund hetzelfde wapen als dat van Deventer, namelijk de rijksadelaar (een zwarte adelaar, op een 'gouden' achtergrond).

In the museum in Dortmund we found a fragment of a city banner of Dortmund on display, 14th or 15th c. Very convenient Dortmund has the same coat of arms as Deventer, the Empire's Eagle (a black eagle on a 'golden' background).




Dit is Ronnie die zegt / This is Ronnie saying; "We wants you for the Tohopesate!"




Het grafmonument van Konrad Kolbe (+ 1393) in de Karmeliterkerk in Boppard.

The effigy of Konrad Kolbe (+ 1393) in the Karmeliterchurch in Boppard.


Btw, thanks Ronnie for the hospitality!
I think the meeting was a great succes. I loved the Kronberg visit and the book table, as well as your pizza. And meeting new people I had hitherto only known as avatars was nice too. :)


Bertus

Wednesday, October 14, 2009

De Cameraarsrekeningen

Nog niet eerder toegelicht, maar uiterst belangrijk voor de historische inbedding van de groep Deventer Burgerscap, zijn de stadsrekeningen van Deventer. Deze rekeningen die waarschijnlijk vanaf ca. 1335 zijn opgeschreven, zijn bijna zonder hiaten vanaf 1337 tot aan eeuwen daarna aan ons overgeleverd. Zij bieden een onschatbare waarde aan informatie over het leven in de stad Deventer, bijvoorbeeld informatie over de aanwezige straten en wijken, de uitgaven voor oorlogsmateriaal, de aanleg van stadsmuren en landweren, kosten van etenswaren en drank voor het stadsbestuur, etc. etc. en natuurlijk niet te vergeten informatie over de beroepen in de stad en naamgeving van de burgers!

Most important for the group Deventer Burgerscap, but not yet told about, are the city accounts of Deventer. These accounts, which were probably written down from ca. 1335, are still and with almost no gaps extant from 1337 onwards. They offer invaluable information about the life in the city of Deventer, for example information on the streets and quarters, the war expenses, the building of city walls and defense lines, costs for food and drink of the city administration, etc. etc. and of course not to be forgotten information the professions and names of the citizens of Deventer!



De vroegste partij van deze stadsrekeningen, namelijk 1337-1393, is als eerste getranscribeerd, namelijk eind 19e en begin 20e eeuw door de toenmalige stadsarchivarissen. Zij noemden de stadsrekeningen de 'Cameraarsrekeningen', naar de toenmalige leden van het stadsbestuur, de Cameraars, die verantwoordelijk waren voor de stedelijke boekhouding. Het zijn deze publicaties die van belang zijn voor Deventer Burgerscap omdat zij informatie verschaffen over de periode van zowel voor als die van na die van de groep (1370) en zo de stad waarin wij als burgers zouden hebben geleefd een levendig gezicht geven.

The earliest batch of these city accounts, from 1337-1393, was first transcribed, namely at the end of the 19th and beginning of the 20th century by the then cityarchivists. They called the city accounts the 'Cameraarsaccounts', after the then members of the city administration, the Cameraars, who were responsible for the municipal finances. It is these publications that are important for Deventer Burgerscap because they reveal information over the periods before and after the year portrayed by the group (1370) and thus shed bright light on the city that we as citizens would have lived in.



Deze rekeningen had ik al een tijd tot mijn beschikking door ze te hebben gekopieerd in een bibliotheek ettelijke jaren geleden. Maar nu de publicaties op een veiling te koop werden aangeboden, kon ik de verleiding niet weerstaan ze ook in de fysieke zin aan te schaffen. Vanmiddag arriveerde het pak met de post, met daarin de 10 volumes!

For some time now I have had these accounts at my disposal because I copied them in a library a few years ago. But now that they became available at an auction I could not resist the temptation to also aqcuire them in a more physical sense. This afternoon the package arrived in the mail, with the 10 volumes inside!


Wednesday, September 30, 2009

100 Jahre 14. Jahrhundert

Twee weken geleden zijn Isis en ik afgereisd naar het pan-14e eeuwse evenement in de Ronneburg bij Hanau. De Ronneburg lag in tegenstelling tot onze Hollandse sompige kastelen niet temidden van een natte gracht maar op een steile heuveltop, compleet met voorburcht en duizelingwekkende dieptes als je uit een raam van de hoofdburcht omlaag keek.



Two weeks ago Isis and I travelled down to the pan-14th century event in the Ronneburg near Hanau. The stout Ronneburg lies on a steep hilltop, contrary to our boggy Dutch castles in flat country and wet moated around.



Dit weekend van 12 en 13 september had gastheer Mensch im Mittelalter er voor gezorgd dat er meer dan 80 veertiende eeuwse deelnemers samen de burcht bewoonden en tot leven brachten. Er werden verscheidene ambachten gedemonstreerd zoals textiel verven, kaarsen maken, wastafeltjes maken, schoenen maken, schilderen, etc. De soldaten van Albrechts Bössor and Carnis bewaakten het poortgebouw en verdreven hun tijd met harnas poetsen, dobbelen en armlastige kooplieden lastig vallen. Ok, en schieten met hun handkanonnetjes!



Our host, Mensch im Mittelalter, had used this weekend of 12 and 13 September to organise a wonderful event in the castle and had over 80 14th century participants inhabit it and bring it back to life. Various crafts were demonstrated such as textile dying, candle making, wax tablet making, shoe making, painting, etc. The soldiers of Albrechts Bössor and Carnis guarded the gatehouse and spent their time polishing armour, gambling and harrassing poor merchants. Alright, and shoot their blimey guns!



In een van de bovenzalen waar er textiel handwerk werd gedemonstreerd hadden ik en Isis ons geinstalleerd, zij borduren en ik kleding naaien. Ook had zij voorbeelden van gefronste hoofddoeken bij zich, welke veel aandacht kregen van de aanwezige dames en bezoekend publiek. In een van de andere bovenzalen vond op zaterdagavond het grote banket plaats. Dit smaakte uitmuntend en was geheel op laatmiddeleeuwse recepten gebaseerd. Het eten werd ter plaatse bereid in de kasteelkeuken, een ongelooflijk sfeervolle locatie met schitterende lichtbundels die door de ramen naar binnen vielen en het plafond boven het grote stenen fornuis bestond enkel uit een grote schouw boven je hoofd die in de verte in het lichtpuntje van de uitgang van de schoorsteen verdween. In deze keuken heeft de schuimspaan die ik een tijd geleden voor Isis had gemaakt dan ook zijn vuurdoop gekregen.
Al met al was het een erg gezellig weekend met veel gelijkgestemde en serieus in de 14e eeuw geinteresseerde mensen. Zeer zeker voor herhaling vatbaar!



In one of the upper halls there were demonstrations of textile handicrafts and this is where Isis and I had installed ourselves, me sewing and her embroidering. She had also brought some samples of frilled veils, these got quite some attention from the ladies and public. The banquet on Saturday evening took place in one of the other upper halls. The food tasted great and was entirely made after late medieval recipes. Diner had been prepared on the spot on the castle kitchen, a superbly athmospheric place with beautiful light beams falling in through the windows and the chimney right above your head, with the little lightspot of the sky way way up. It was in this kitchen that the skimmer that I made for Isis some time ago was properly used for the first time.
All in all it was a very nice weekend with lots of equally minded and seriously 14th century interested people. Looking forward to the next edition!


Sunday, September 20, 2009

DB-meubelweekend versie zoveel


Dit weekend (19 en 20 september) hadden we weer een meubelmaakweekend. Eindelijk, want het was er al twee keer bij ingeschoten eerder dit jaar. We waren maar met een kleine groep, want velen konden niet, of lieten gewoon niets horen. Machteld was er natuurlijk bij, maar zij zorgde vooral voor baby Beishuizen, en kwam af en toe gezellig in de tuin zitten. Intussen werkten Bertus, Nijso en ik in de lekkere septemberzon aan twee dingen: de tweede tafel die nog af moest, en een nieuw project dat ik had verzonnen: een kist voor algemeen gebruik, die kan functioneren als spullenopslag en zetel/bijzettafeltje. We gaan er, hoe overdreven pretentieus, ook nog een bakje in bouwen, met dubbele bodem, om onze waardevolle moderne spullen in te verstoppen.


Toen ik aankwam zaterdagochtend, exact om 10.03, zoals ik had beloofd, was er helemaal niemand. Ik vreesde al dat Nijso een verkleinmachine had uitgevonden als in 'Honey, I shrunk the kids!', of dat er iets mis was, maar ze bleken naar de rommelmarkt te zijn, en kwamen om 10.40 aangefietst, terwijl ik in de zon zat.
Bertus was er even later ook, en had Isis niet meegenomen want die was gestresst, ofzo.
's Avonds hebben we vanwege het echt geweldige weer gebarbecue't en toen Machteld ging slapen (redelijk bijtijds) bouwden we een grote fik en gingen aan de slag met mijn fotocamera om artsy sluitertijdexperimenten uit te halen. We joegen de cola er in no-time door (omdat het bier slechts in kleine hoeveelheden voorradig was) en gingen toen het vuur uit was binnen discussiëren. Uiteraard over zeer intellectuele onderwerpen, en de volgende ochtend gingen we daar gewoon mee door. Zo bedachten we hoe interessant het zou zijn om pootloze kikkers in een terrarium te zetten met ontvleugelde vliegen, en te zien wat er gebeurde.


Uiteindelijk is de tafel bijna afgekomen (Bertus en ik moesten een foutje van Nijso herstellen) dus we hopen die volgend seizoen in elk geval in gebruik te nemen, en de kist is uitgezaagd, nu moeten de delen nog op elkaar gepast worden en met een mooie strakke constructie worden verlijmd. Na een goed maal van andijvie stamppot met veel kaas, gingen Bertus en ik naar huis; ik reisde echter met Nijso, die over Arnhem naar Brussel ging.


Het was een goed, productief en gezellig weekend, dat we snel over gaan doen met Roborally erbij.

Laurens

Monday, August 31, 2009

Gebroeders van Limburgh 2009, Nijmegen

Ook dit jaar zijn we naar Nijmegen gegaan voor het Gebroeders van Limburgh-festival. Het festival, dat aanvankelijk is opgezet vanwege de expositie van de Très Belles Heures van de Hertog van Berry in het Valkhofmuseum, beleefde dit jaar haar vijfde editie.
In tegenstelling tot vorig jaar had DB een redelijke opkomst, met Isis, Nijso, Marisca met Zénaïde, Lea en mijzelf. Bertus deed riddertje in het Valkhofpark. Helaas konden er weinig buitenlandse groepen komen. Carnis, Porta Giovia en Elvelüüt Hamborch hadden af moeten zeggen.
Gelukkig waren enkele van onze Zweedse vrienden van Albrechts Bössor (Peter en Elisabeth Ahlqvist en Johan Klareld) er wel, en ook de Vlaams sprekende Duitse Thomas en Franziska Schatek (leden van MIM). Ook de Engelse schilder en zijn vrouw de calligrafiste waren er weer. Het zijn zulke vriendelijke, leuke mensen!
Door gebrek aan groepen was de CvC ook uitgenodigd, maar die stonden in het Kronenburg-park. Dat leidde uiteraard tot verwarring, want de Compagnie van Cranenburg zal zijn naam daar met veel plezier aan hebben verbonden, tot ongenoegen van Cor Kronenburg, die mee was met de ridders van Stichting HEI, die hun kamp dus op de Valkhof hadden opgeslagen.


This year, DB went to Nijmegen again, for the fifth edition of the Gebroeders van Limburgh-festival. We were with five this year; Marisca (with her baby daughter Zénaïde), Nijso, Lea, Isis and myself. Bertus was a knight on the Valkhof. Alas, many foreign groups couldn't make it, so they had hired the Compagny of Cranenburgh, who were placed far away in the Kronenburg Park. Albrechts Bössor did come, as well as the Schatek-family (members of MIM).

Omdat het festival dit jaar officieel pas om 12.00 uur begon, hadden we alle tijd om op te bouwen. Dat was ook nodig, want het waaide behoorlijk en dat vertraagde de boel nogal. De wind zorgde voor meer ongemakken. De luifel van de Schateks woei om, en ook de tent van Albrechts zakte in. Isis had Bertus' marktkraam mee, die we gelukkig konden verstevigen met scheerlijnen, omdat hij ook meermalen door de wind gegrepen dreigde te worden.
Helaas verloren de Schateks een paar schalen, en verloor Marisca een kom die bedolven werd onder een vallende tafel. De tafel raakte ook beschadigd. Dat was allemaal erg vervelend, en daarboven kregen we ook nog een voortdurende lading zand en rook op ons af. Dat, met nog wat kleine ergernissen, werkten mij ernstig op mijn zenuwen.


The wind was really annoying us when building the camp, and also after that, when some pottery was destroyed, as well as one of our tables. The wind was getting on my nerves a lot, because we had a continuous flow of sand and smoke in our faces, and together with some minor irritations, it was getting me really worked up.

Verder was het erg gezellig met onze gasten. Isis, Nijso en ik handwerkten (resp. borduren, leerbewerken en kleding naaien) terwijl Lea wol verfde. Marisca had vooral haar handen vol aan Zénaïde, die er niet altijd even veel schik in had. Zondag kwam Henk met Oriande, welke veel lol had met Zweedse uk Isolde, de dochter van Eli en Peter. Zaterdagavond hadden we nog een aanloop van wat deftige mensen, waarbij Bertus ons ook kwam opzoeken. Inmiddels hadden de Zweden al alderhande dranken soldaat gemaakt, die ze uitdeelden aan ons ter proeve. Ze hadden enkele goede bieren geregeld, en een fles port. Tom Schatek had ook wat kriekenjenever. Toen we wat melig werden, wilden Peter en Johan van Albrechts naar De Blauwe Hand, om er een mannenavondje van te maken. Bertus wilde achterblijven bij Isis, dus Franziska Schatek nam zijn plaats in en werd nu 'Bertus'. Dat bleek een excuus voor een hoop jolijt. Gelukkig waren de Zweden sneller dronken dan ik, want ik had niet veel zin in een kater. Peter en ik zwaaiden onze kaproenen op Johan in, die met zijn reflexen ons echter ook goed bestookte.


That aside, we had great fun working. Marisca had a load of work with the sometimes unhappy Zénaïde. On sunday, husband Henk brought Oriande, who had a great time with Eli and Peters daughter Isolde. On saturdayevening, after a obligatory amusing the richer visitors, we men took of to the pub, leaving Bertus with Isis and taking Franziska Schatek instead, who was then named Bertus the rest of the evening, a reason for a lot of jolliness. I was pleased the Swedes were getting drunk, for I wasn't too keen on a hangover. Peter and I attacked Johan with our hoods, but he could fight back well.

Photos by Elisabeth Ahlqvist.

Laurens



Thursday, July 16, 2009

Ystad

Van 8 tot en met 13 juli waren Bertus, Roberto en ik naar het Medeltida Ystad-festival in Zweden. Het betrof een kampement rondom een opgekalefaterd 'kasteel' (een grote hoeve) geheten Bjersjöholm (andere spellingen mogelijk) op de weg tussen Malmö en Ystad in Skåne. We waren uitgenodigd door onze bevriende groepen Carnis en Albrecht's Bössor, en mochten meeëten op voorwaarde dat we niet betaalden en wel meehielpen met koken en de barricade opbouwen. En, heel belangrijk: dat we stroopwafels mee zouden brengen, een blijkbaar typisch Nederlandse delicatesse, onbekend in Zweden. Het uitdelen ervan lokte curieuze gezichten uit, verbaasd snuffen, voelen en kijken, een voorzichtig hapje....en dan blijdschap! Een van Albrecht's vrouwen omschreef de sensatie als 'neuken in the mouth' (dit nadat we hadden uitgelegd wat neuken betekende). Een wat opmerkelijke omschrijving, maar ze bedoelde dat het lekker was.


From July 8th to 13th Bertus, Roberto and I went to Medeltida Ystad in Sweden on invitation by Carnis and Albrecht's Bössor, and we could join dinner if we didn't pay, but would help them with cooking, building fortifications, and, most important, bring stroopwafels, a Dutch delicacy which provoked surprise, inquiry and then joy - one of Albrecht's ladies described the sensation as like having sex, but then on the tongue. Bit strange, but it was good.


Op 8 juli vertrokken we 's ochtends om half 8 uit Alphen, om rond 9.00 aan te komen in huize Beijshuizen, waar we de pasgeboren spruit, Merel Merlijne van naam, van Machteld en Nijso mochten bewonderen. Als presentje hadden we een technische handleiding voor het functioneren van een baby gekocht. Een uurtje later begaven we ons richting Duitsland. Onderwijl regende het pijpestelen, tot zeker halverwege Denemarken.
In Bremen arriveerden we tegen 13.30, om Bertus te laten rusten, en het Fockemuseum te bekijken, met fraaie vroeg 15e eeuwse beelden en 13e t/m 15e eeuwse vondsten, en daarna een Bratwurst te eten in de stad, en de 14e eeuwse koorbankfragmenten in de kerk uitgebreid te fotograferen. Het was al tegen 17.00 toen we Bremen verlieten, ons tussen wegwerkzaamheden doorwrongen, om de veerpont naar Denemarken te pakken en laat (ca 23.00) in de schemering te arriveren in Bjersjöholm. We konden de LHO-tent slechts op een hellinkje kwijt, en rond 2.30 begon het al reeds licht te worden, dus besloten we te ruste te gaan.

On the 8th we left at 7.30, went for a quick stop at the house Machteld and Nijso Beijshuizen to see their recently born daughter, hurried through pouring rain towards Bremen, where we had a pause at the Fockemuseum and the church (and ate a Bratwurst) to take the ferry to Denmark and arrive late in the evening in Bjersjöholm, to put up our tent on a slope and sit around 'till early dawn.

Donderdag waaide het heel hard en was het wisselvallig, en aten we gerechten met veel uien, wat een opmerkelijke geur in onze tent veroorzaakte. Vrijdag nog veel wind, maar zaterdag was het al veel beter en zondag was zelfs heet te noemen. Omdat Ystad op 5 minuten rijden lag, konden we onze hapjes aanvullen bij de lokale supermarkt. De eerste keer bleken we echter een soort kluscentrum te hebben getroffen, waar toevallig ook chips en limonade werden verkocht. Op zaterdag vonden we gelukkig een COOP. Merkwaardigerwijs is bier boven de 3,5% alleen verkrijgbaar in speciaalzaken.
De dagen verliepen ongeveer hetzelfde: rond half 12 konden we als we wilden op vertoon van onze deelnemerspas lunch krijgen, een eenvoudige hap met sla, aardappel en een lekker mals stuk vlees. Overigens hadden we regelmatig ook zelf gewoon lunch. Om 13.50 was er een parade, waarbij we in wapenrusting met de stoet meewandelden over een afstand van ca 300 meter - aanvankelijk was gedacht aan een parade vanuit het centrum van Ystad, maar de 5 kilometer maakten dat wat zwaar; er was aan de organisatie voorgesteld dat elke deelnemer dan één kroon per meter kreeg, waardoor men er toch van af zag.
Tussen parade en slag maakten we vaak wat kleding of hadden lol in het kamp. Om 16.00 was dan de slag, een kleine belegering met coole pyro-effecten (lees: EXPLOSIES!) en het bestormen van de houten fortificatie, die resulteerde in het bruut afslachten van één der beide legers. Daarna hadden we nog wat skirmishing, gewoon voor onze eigen lol. All in good fun, hoewel een van de Bössor tijdens een oefening een zwaardhouw in zijn gebit kreeg, zodat zijn fraaie snor een lelijke wond moest verdekken. Daarna wachtten we op het avondmaal, waarop men zich vermaakte met gokken, bier drinken of naaien tot het donker werd. En dat is láát in Zweden. Er was tevens een avondprogramma met muzikanten en een vuurshow bij het kasteel.


Thursday and friday were quite windy and a little rainy, but saturday was nice, and sunday even hot. Fortunately, Ystad was close by, and we could do some shopping. Alas, beer above 3,5% was only available at special shops (we couldn't find).
Lunch was served from 11.30 and consisted of rather simple composition: tipically, Swedes serve potatoes and excellent meat, and some sort of salad with it. We had our own, even better, lunch in the camp as well.



At 1.50 PM we had a parade, which was very short; the organisation had proposed we walk from Ystad to the castle, but that was too great a distance, so when someone had opted we would receive a krona per meter each, the organisers were convinced.
At 4 PM we did battle, storming or defending the fortress, with cool pyro-effects (EXPLOSIONS!) and much brutal killing. After that we had some skirmishing for our entertainment. All in good fun, although some people got injured badly in practice of their own. For the rest of the time we sat around making clothes, having a laugh or seeing the site. The evenings were reserved for drinking, gambling and a night-entertainmentshow with fire and live music.

Zaterdag hebben Roberto en ik de omgeving gefotografeerd, die zeer indrukwekkend was. De omliggende landerijen waren groen-goud van het graan en de zon scheen op deze windbespeelde zee van stengels.
Zaterdagavond hadden we een soort banket, met schapenvlees, brood met boter en aal en iets vegetatiefs. Omdat het eten nogal laat klaar was, verbaasde het me dat het al snel half 2 's nachts was - dat verklaarde waarom ik begon in te zakken. We bleven doorfeesten tot het zo goed als licht was. Peter en Simon lieten zien hoe men piraat kan worden: gooi sterke drank in je oog, en laat iemand met een stuk hout tegen je scheen slaan, om dat hout vervolgens onder het been te laten zetten. Als vanzelf roept men dan 'arrr!'. Er waren ook twee erg leuke pluizige knuffelhonden, een soort witte huskey-achtige beesten, die als taak hadden warm en wollig te zijn, tot groot genoegen van kleuter Isolde, Peters dochter.
Op zondag ruimde iedereen al redelijk op tijd op, behalve wij, want we bleven nog een nachtje. Na ons geld (6000 kr) te hebben ontvangen, verpatsten Bertus en ik dat aan prachtig fustijn en namen daarna een douche - verstoord door twee Zweedse jongens die niet schroomden zich te ontkleden om ook te douchen. Simon had beloofd ons, na een Zweedse hamburger respectievelijk gehaktballen, de weg te wijzen naar een kasteeltje uit 1499 (nog nét middeleeuws dus :P), hetgeen best leuk was, maar Loevestein is indrukwekkender, zoals Bertus zei. Toen we terug waren, was op een auto het veld volledig leeg. Inmiddels had de meligheid toegeslagen en Roberto en ik citeerden meesterserie Ren & Stimpy, beklommen de hooiberg en pakten onze koffers in. Bertus belde met Isis, terwijl wij op de achtergrond dubbel lagen van het lachen.

Saturday I made pictures of the great surrounding lands filled with sunstruck flowing golden grain. In the evening we had a banquet, eating mutton, bread and eels, and something vegetably. Peter and Simon showed us how to be a pirate by throuwing liquor in your eye, and having your leg beaten simultaneously with a piece of wood which is to be placed under the knee, resulting in a well-ment 'arrr'.
On sunday everyone started packing, and after we had spent our payment partially on some beautiful fustian, Bertus and I took a shower, disturbed by two Swedes who weren't ashamed to denude themselves before us to shower as well. Simon showed us, after a hamburger and some meatballs, to a 1499 castle. Returned to the tent, the field was entirely empty. While Bertus called Isis, Roberto and I got into a laugh by quoting
Ren & Stimpy, climbing the haystack and meanwhile packing for the journey.

Maandagochtend regende het, maar al gauw klaarde het op. Ontbijten deden we in Lund, waar we ook in de St. Laurentiusdom prachtige koorbanken fotografeerden van ca 1350, tot enige verbazing van het kerkpersoneel. Daarna reden we naar de veerpont, om rond 14.00 in Lübeck naar het stadsmuseum te gaan, en de twee mooie gothische kerken te bekijken, beide deels afgebrand in 1942, maar de St-Marienkirche was wonderwel redelijk intact. In Hamburg zochten we een bistro waar we toepasselijk een hamburger konden eten, maar moesten het uiteindelijk doen met überkapitalist McDonalds, omdat NERGENS hamburgers te vinden waren. Wel worst. Intussen hadden we het volledige hoorspel van The Hitchhiker's Guide to the Galaxy opgezet. Dat bracht me uiteindelijk in een vreemde stemming, gelovend dat je in feite niets nodig hebt om te reizen. Na een korte stop nabij Osnabrück reden we door tot Alphen, waar ik mijn blaas eindelijk kon legen. Thuisgekomen ontdekte ik het overlijden van mijn poes Bop.


On monday we travelled home via Lund, where we had breakfast and visited St Lawrence's, with pretty 1350 carved choirseats. In Lübeck we had a stop at the city-museum and two gothic churches, partially destroyed by fire in '42, but the St-Marienkirche seemed reasonably intact. In Hamburg we looked for a place to eat hamburgers, but they only sold saucages. We had to make do with capitalist McDonalds. On the road we listened The Hitchhiker's Guide to the Galaxy. Coming home I discovered the death of my cat Bop.

Trivia: Zweden zijn extreem keurig, rijden nooit harder dan 50 km/h - ook niet op de snelweg zo lijkt het; drinken en gokken zelden (behalve de mannen van Albrecht's) en zijn zeer beleefd. In tegenstelling tot Nederlanders ("English!").

Al met al een heel geslaagd weekje, zeker voor herhaling vatbaar! Ik wil nu al terug!

Laurens

Friday, June 12, 2009

Eerste Platemaker demo

Afgelopen DB/HEI evenement te Ootmarsum, twee weken geleden, was de eerste keer dat ik mijn personage van Gosen de platemaker op een middeleeuwse markt heb kunnen neerzetten. Een platemaker was een ambachtsman die een plate maakte, het veertiende eeuwse borstkuras. Naast dit belangrijkste onderdeel van de wapenrusting maakte de platemaker ook andere harnasdelen zoals de helm en arm- en beenstukken.
Omdat het mij nog aan een mobiel middeleeuws smidsvuur ontbreekt moest ik op het evenement koud smeden. Gelukkig had ik nog een ca. 1350-75 wapenhuve liggen die middels koud smeden afgemaakt moest worden; namelijk het er aan vastklinken van buisjes waaraan een barbier (maliënkraag) kan worden bevestigd. Hier heb ik mij het weekend dus mee zoet gehouden.



Past DB/HEI event at a medieval market in Ootmarsum two weeks ago, was the first time I actually portrayed my persona of Gosen the platemaker as a practising craftsman. A platemaker was a guy who made a plate, as the 14th century cuirass was named in the Low Countries. Next to this important piece of the harness the platemaker also made other armourpieces such as the helmet and arm- and legarmour. Because I still lack a transportable medieval smithy fire I had to work the metal cold. Luckily I had a c. 1350-75 wapenhuve (bascinet for you English types) lying around which had to be finished. I rivetted the little tubes to this helmet, by which means it will be able to attach a barbier (maille collar) to it. I happily spent the weekend doing this.



Ook net op tijd voor dit zonovergoten evenement had ik het doek voor mijn nieuwe marktkraam provisorisch af. Toen ik het houtwerk ervan aanschafte had ik hem eigenlijk in gedachten voor mijn koopmanspersonage, maar tevens de platemaker maakt er dankbaar gebruik van!



Also just in time for this sunbathing event I had temporarily finished the cloth for my new medieval marketstand. When I purchased its woodwork I thought I was going to use it for my merchant persona, but the platemaker was happy to be able to use it too!